
De witte waas
Als ik zo naar buiten kijk, is het mistig. En koud.
Ik zie niet ver en ik heb geen haast om naar buiten te gaan.
Op de achtergrond zijn er zoveel dingen die ik wil doen, maar dit is niet het moment dat het eruit komt.
Het vraagt om wat geduld; voor mijn mind althans.
Dezelfde mist voel ik in mijn hoofd.
Ik kan niet ver genoeg kijken om de details te zien. Ik voel me wat moe.
Het nodigt me uit om naar binnen te keren. En even te voelen wat er in mij aandacht nodig heeft. Nét even een laagje dieper zakken. Dit geeft me ruimte.
Zonder dat ik het door heb, laat de zon zich zien.
En hoe. De zon straalt naar binnen, en mijn zon straalt naar buiten.
De mist, je doet er niks aan. Het is er gewoon.
--
De witte waas beschrijft een moment van stilstand waarin niets hoeft te worden opgelost. De mist buiten weerspiegelt de mist van binnen: het niet-weten, het nog niet kunnen zien, het gevoel dat dingen mogen wachten.
Dit gedicht van Kelly Soolsma nodigt uit tot vertraging en mildheid. Niet forceren, maar zakken. Want zonder dat je het probeert, laat de zon zich vanzelf weer zien. Soms is mist geen blokkade, maar een bedding waarin helderheid kan ontstaan.










