
Wat is kruidengeneeskunde?
Binnen de kruidengeneeskunde, ook wel fytotherapie genoemd, werken we met planten en kruiden om het lichaam te ondersteunen in zijn eigen herstel. Er worden geen symptomen bestreden, maar holistisch gekeken door het lichaam te helpen zijn eigen weg terug te vinden.
Kruiden worden al eeuwenlang gebruikt om gezondheid te ondersteunen en ziekte te begeleiden. Toch is de vraag wat genezing eigenlijk is essentieel om kruidengeneeskunde te begrijpen. Wanneer is iemand werkelijk gezond? En wanneer kun je spreken van genezing, in plaats van het tijdelijk verdwijnen van klachten?
Gezondheid en genezing binnen de kruidengeneeskunde
Gezondheid wordt niet gezien als de afwezigheid van klachten, maar als het vermogen van een mens om effectief en zelfstandig te reageren op prikkels van binnenuit en van buitenaf. Het gaat erom hoe iemand omgaat met belasting, verandering en herstel, en of het lichaam daarin kan meebewegen.
Gezond zijn gaat over:
Dynamisch evenwicht
Niet altijd in balans zijn, maar steeds weer kunnen terugkeren naar evenwicht wanneer er iets gebeurt of het lichaam wordt belast.
Aanpassingsvermogen
Het vermogen van het lichaam om zich aan te passen aan stress, emotionele gebeurtenissen, seizoenen en leefomstandigheden, zonder vast te lopen.
Zo efficiënt mogelijk omgaan met energie
Dat het lichaam zijn energie niet voortdurend hoeft te compenseren, maar deze kan inzetten waar nodig en herstellen wanneer dat nodig is. Dat iemand kan meebewegen in zijn eigen ritme en dat van het leven.
Bijvoorbeeld: twee mensen worden verkouden. Beiden ervaren vermoeidheid en lichamelijke klachten. De één herstelt na een paar dagen rust vanzelf, terwijl de ander wekenlang klachten houdt en steeds verder uit balans raakt. De klacht is niet anders, maar het lichaam reageert en herstelt verschillend.
In beide situaties is er sprake van belasting, maar het verschil zit in het vermogen van het lichaam om te reguleren en te herstellen. Dat bepaalt of het lichaam weer ruimte vindt om te herstellen, of blijft vastlopen.
Genezing is geen eindpunt, maar blijft altijd een bewegend geheel. het is een proces waarin iemand steeds zelfstandiger en effectiever leert te reageren zonder dat het veel energie kost. Wanneer het lichaam dit kan, kost het minder moeite om in balans te blijven en ontstaat er meer veerkracht.
Een middel is pas echt helpend wanneer het lichaam wordt ondersteunt in herstel, en niet alleen klachten worden onderdrukt.
De 4 natuurkwaliteiten als fundament
In mijn manier van werken vormt het systeem van de vier natuurkwaliteiten (Warm, Koud, Vocht en Droog) een belangrijke basis. Dit systeem helpt begrijpen waarom een kruid bij de één ondersteunend werkt en bij de ander juist niet past. Je kijkt naar de beweging die voor de mens op dat moment gezondmakend is en verwerkt dat in het recept. Kruiden nodigen het lichaam uit om weer een bepaalde richting op te bewegen binnen deze assen. Zo kan een kruid helpen om meer richting rust en kou te bewegen, of juist richting warmte, waardoor iemand meer in actie kan komen.
Een voorbeeld is pepermunt. Dit kruid kan verkoelend werken en ondersteunen om naar koud te bewegen. Bij iemand die het juist vaak koud heeft, weinig energie voelt of snel afkoelt, kan het kruid te sterk verkoelend werken. In dat geval kan pepermunt klachten zoals kouwelijkheid, vermoeidheid of een leeg gevoel juist versterken. Om het nog ingewikkelder te maken kan bij iemand met een hoge vitaliteit dit kruid juist een beweging naar warm geven als reactie.
Een kruidenrecept houdt daarom altijd rekening met:
de beweging van het kruid
de gezondmakende beweging die de mens op dat moment nodig heeft
iemands temperament, constitutie en vitaliteit
Dit systeem helpt om kruiden niet los in te zetten, maar af te stemmen op wat het lichaam op dat moment nodig heeft.
Regeneratie: de kern van kruidengeneeskunde
De grootste kracht van kruiden ligt in de regeneratie van het lichaam. Kruiden kunnen beschadigde of uitgeputte systemen ondersteunen om zich te herstellen.
Als een orgaan overbelast raakt en afvalstoffen niet goed worden afgevoerd, komt herstel onder druk te staan. Daarom worden kruiden altijd zo ingezet dat elk uitscheidingsorgaan wordt meegenomen in het kruidenrecept.
De primaire uitscheidingsorganen zijn de lever, longen, nieren en spijsvertering. Dit zijn de organen die effectief afvalstoffen naar buiten kunnen vervoeren. De secundaire uitscheidingsorganen zijn de baarmoeder en de huid. Ook via deze organen kunnen afvalstoffen worden uitgescheiden.
Alle orgaansystemen zijn met elkaar verbonden en dragen samen bij aan de homeostase in het lichaam, het vermogen van het lichaam om zichzelf in balans te houden. Wanneer één orgaan het zwaar heeft, schiet een ander orgaan te hulp om extra afvalstoffen uit te scheiden. Klachten aan het hormoonsysteem of de huid ontstaan dan ook vaak wanneer één of meerdere primaire orgaansystemen belast zijn.
Wanneer er te veel afvalstoffen in het lichaam aanwezig zijn, kan het systeem niet meer vrij reageren. Soms blijft er te veel achter in het lichaam, waardoor er klachten ontstaan. In de natuurgeneeskunde worden deze afvalstoffen dyscrasie genoemd. Het is daarom altijd belangrijk om het lichaam te ondersteunen bij het afvoeren van afvalstoffen, zodat het lichaam zelf het herstel weer kan oppakken.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen regenereren, reinigen en uitscheiden:
Regenereren: het zwakke orgaan helpen om weer op kracht te komen.
Reinigen: het belaste orgaan ondersteunen bij het loslaten van afvalstoffen.
Uitscheiden: een orgaan helpen bij het uitscheiden van afvalstoffen, bijvoorbeeld van een ander orgaan.
Tijdens een consult wordt daarom altijd eerst een uitgebreide anamnese afgenomen om inzicht te krijgen in de staat van de uitscheidingsorganen. Dit wordt uitgevraagd op fysiek, mentaal, emotioneel, sociaal en energetisch niveau. Alle lagen van wie we zijn worden meegenomen, omdat deze niet los van elkaar staan.
Wanneer een orgaan geregenereerd moet worden, betekent dit dat het orgaan zelf niet meer de kracht heeft om te reinigen. Als er in zo’n geval een kruid wordt ingezet dat niet regenereert maar reinigt, kan dit juist zorgen voor meer klachten. Daarom wordt er altijd gekeken naar de staat van de organen voordat een kruidenrecept wordt samengesteld.
Elk mens is uniek en zo ook elk kruid. Dat maakt dat elk kruidenrecept volledig wordt afgestemd op de persoon, en kan meerdere keren worden aangepast om de cliënt zo goed mogelijk te ondersteunen.
Kruiden zijn maatwerk
Het effect van een kruid is voor ieder mens anders. Elk lichaam reageert op zijn eigen manier.
Zelfs bij mensen met vergelijkbare klachten blijken de uiteindelijke kruidenrecepten vaak verschillend te zijn. Daarom is standaardiseren binnen kruidengeneeskunde lastig en kan het vaker kwaad dan goed doen.
Kruiden kun je prima zelf gebruiken, bijvoorbeeld in een kruidenthee of verwerkt in voeding. Het zijn waardevolle voedingsmiddelen en smaakmakers.
Tegelijkertijd geldt hier ook: met mate. Ik zou daarom nooit adviseren om elke dag voor wekenlang dezelfde thee te drinken. Ook kruiden kunnen bij verkeerd of te lang gebruik klachten geven. Drink je bijvoorbeeld de hele dag kamillethee om tot rust te komen, dan kan het gebeuren dat je na verloop van tijd juist hoofdpijn of onrust ervaart. Dat is niet het effect dat je wilt bereiken. Wissel af in de kruiden(thee) die je gebruikt, zo krijgt je lichaam de meeste verscheidenheid aan stoffen binnen.
Wanneer je met kruiden aan de slag wilt, raad ik af om zomaar een standaard tinctuur of pil te gebruiken. Deze middelen houden geen rekening met het geheel zoals ik eerder heb ongeschreven. Jij bent niet standaard, maar uniek.
Zoek daarom altijd iemand die hiervoor heeft geleerd en bij wie je een goed gevoel hebt, zodat kruiden op een manier worden ingezet die past bij jouw lichaam en situatie.
kruidengeneeskunde en wetenschap
Westers wetenschappelijk onderzoek richt zich vooral op het isoleren van afzonderlijke inhoudsstoffen uit een kruid. Dat levert waardevolle kennis op en heeft veel inzicht gegeven in specifieke werkzame stoffen.
Tegelijk zegt deze manier van onderzoeken weinig over de werking van een heel kruid binnen een levend mens.
Een kruid bestaat niet uit één stof, maar uit een complex geheel van inhoudsstoffen die met elkaar samenwerken. Wanneer één stof wordt geïsoleerd en onderzocht, verandert de werking. Een geïsoleerde stof werkt niet hetzelfde als het volledige kruid. Het mist de samenwerking met andere inhoudsstoffen en houdt geen rekening met constitutie of context.
In de praktijk betekent dit dat een kruid bij verschillende mensen anders kan uitwerken, ook al bevat het dezelfde stoffen. Het lichaam reageert niet alleen op wat er chemisch aanwezig is, maar ook op hoe en wanneer iets wordt aangeboden, en in welke staat het lichaam zich bevindt.
Daarnaast is veel wetenschappelijk onderzoek gericht op gemiddelden en controleerbare omstandigheden. Dat maakt het lastig om deze resultaten één-op-één toe te passen op individuele mensen. Wat in een onderzoek werkt, hoeft in de praktijk niet hetzelfde effect te hebben bij iemand met een andere constitutie, levensfase of belastbaarheid.
Dat maakt kruidengeneeskunde lastig te onderzoeken binnen klassieke wetenschappelijke modellen. Dit komt omdat de wetenschap werkt vanuit een ander uitgangspunt.
Dit betekent dan ook niet dat wetenschap onbelangrijk is, maar wel dat het niet het volledige verhaal vertelt. Binnen kruidengeneeskunde worden wetenschappelijke inzichten gezien als één van de kennisbronnen, naast praktijkervaring, observatie en het werken met de mens als geheel.
