Homeostase
Homeostase verwijst naar het vermogen van het lichaam om het inwendige milieu binnen nauwe, levensnoodzakelijke grenzen te houden. Het gaat om het handhaven van vaste waarden die essentieel zijn om te kunnen leven. Buiten deze grenzen is functioneren niet mogelijk.
Het lichaam bewaakt onder andere de zuurgraad van het bloed (pH), de lichaamstemperatuur, de bloedsuikerspiegel, de zout- en vochtbalans en de samenstelling van het bloed. Deze waarden mogen maar heel beperkt schommelen. Wanneer de pH van het bloed bijvoorbeeld te zuur of te basisch wordt, of wanneer de lichaamstemperatuur te sterk stijgt of daalt, raakt het systeem direct in gevaar.
Homeostase betekent daarom niet dat alles voortdurend verandert, maar dat het lichaam continu corrigeert om deze vaste waarden stabiel te houden. Dit gebeurt via complexe regelmechanismen, zoals hormonale aansturing, het zenuwstelsel en de uitscheidingsorganen.
Wanneer deze regulatie langdurig onder druk staat, bijvoorbeeld door chronische stress, ziekte, uitputting of overbelasting, moet het lichaam steeds harder werken om het inwendige evenwicht te bewaren. Klachten ontstaan wanneer het niet langer lukt om deze essentiële waarden binnen veilige grenzen te houden en het systeem ondersteuning nodig heeft om de homeostase te herstellen.
