de vier natuurkwaliteiten

De vier natuurkwaliteiten vormen een basisprincipe binnen de natuurgeneeskunde om processen in het lichaam en het leven te begrijpen. Ze beschrijven de basis bewegingen die overal in de natuur voorkomen: warm en koud, droog en vochtig. Deze kwaliteiten werken altijd samen en beïnvloeden elkaar voortdurend. Je kunt ze vergelijken met het ritme van de seizoenen: lente, zomer, herfst en winter.

Ieder mens draagt alle vier de natuurkwaliteiten in zich, maar meestal in een specifieke verhouding. De mens beweegt van nature meer in de ene richting dan in de andere, bijvoorbeeld meer vocht dan droog of meer warm dan koud. Deze verhouding is voor iedereen uniek en kent vele gradaties. De natuurkwaliteiten laten zien welke beweging het meest vanzelfsprekend is en welke beweging het meeste energie oplevert en het minste energie kost.

Dat betekent niet dat één kwaliteit beter is dan de ander. Om in balans te blijven, bewegen we altijd mee met alle vier de natuurkwaliteiten. Elke beweging heeft zijn eigen functie en waarde.

De natuurkwaliteiten zijn geen labels en geen vaste toestanden. Ze beschrijven een ritme en een voortdurende beweging, net zoals de natuur dat doet. Wanneer deze bewegingen elkaar kunnen afwisselen, blijft het systeem flexibel. Wanneer één kwaliteit te sterk of te langdurig overheerst, kan er disbalans ontstaan.

Door inzicht te krijgen in je eigen temperament/jou natuurkwaliteiten en je eigen ritme, wordt het makkelijker om keuzes te maken die bij je passen.